Carcassonne

Castelnaudary en omgeving – Het Canal du Midi

De reis, of beter gezegd het avontuur, begint in de Zuid Franse stad Toulouse. Bij de Fransen staat Toulouse bekend als de stad met de roze daken, de één na grootste universiteitsstad van Frankrijk en de stad met een eindeloze historie waaronder het verhaal van het tot stand komen van ‘Le Canal du Midi’ valt.
We maken een ontdekkingsreis per boot over een klein deel van het Canal du Midi dat door het wonderbaarlijke mooie en constant veranderende landschap en de vele sluizen die het kent niet alleen een geestelijke maar ook een lichamelijke aanslag op je lichaam is.

De kleine haven van Castelnaudary (Le Grand Bassin), waar de boot moet worden opgehaald, is zichtbaar vanaf de oude, ronde en hoge brug die over het Canal du Midi loopt.
De ondergaande zon legt een laatste schittering over het water en de avond geurt zoet. Het is een warme dag geweest.
De boot ligt eenzaam verscholen achter de andere plezierboten en de gemoedelijke en relaxte sfeer die in het haventje hangt zal bij menigeen een jeugdsentiment doen oproepen; het campingleven!
Mensen lopen traag heen en weer over de kade of zitten op het dek met een kaarsje en een glaasje wijn. Fluisterend gepraat en een laatste gang naar de badhokken. Terwijl de nacht allang is gevallen en de maan het navigatie- en vaarroute boek verlicht stippelen we de tocht uit.
Eenmaal te kooi is het even wennen aan de smalle en harde bedden en de dunne lakens. Het water klotst zachtjes tegen de boot aan en na de goede houding gevonden te hebben begint de eerste nacht op deze mooie en verstilde plek in het hartje van Frankrijk.

Met de geur van verse croissants, koffie, motorgeluiden en luid Frans gepraat op de kade is het anders wakker worden dan in je eigen veilige huis! De boot is bij daglicht beter te verkennen. De inrichting van de boot is op het eerste gezicht praktisch. Drie hutten, twee douches, een keuken met oven en koelkast, een ruime zitgelegenheid en een zonnedek zowel aan voor als achterkant moeten ons het nodige comfort bieden de komende dagen.
Een ding staat vast, je moet van avontuur houden om dit soort vakanties te boeken!
Al in de vroege ochtend gaat alles in een rap tempo; aankleden, ontbijten en het dek schoonspuiten. In het klaarmaken voor vertrek gaan zoveel verschillende handelingen zitten dat het voor een leek bijna niet te volgen is. Drinkwater bijvullen, water en elektriciteit ontkoppelen, fietsen aan boord, aftekenen, touwen los en uitvaren. Op naar sluis nummer 1 die als eerste direct de meest moeilijke is. Drie sluisdeuren achter elkaar en met twee boten tegelijk erin wordt er ook hier in een snel tempo geschut.
Met behulp van de sluiswachter worden we er doorheen geloodst en glijden we enkele momenten later met een nog kloppend hart het rustige en brede kanaal op.
De prachtige natuur eist alle aandacht op. Overhellende bomen die met hun takken net boven het water oppervlak hangen verbergen prachtige eenden en ander gevogelte, vissers zitten verscholen in hun tentjes te staren naar hun dobber, slome fietsers die op de paden langs het water rijden en daarachter de grote uitgestrekte vlakten die heel langzaam maar elke keer weer veranderen in een ander landschap. Droge velden met verdorde zonnebloemen, wijnvelden die overduidelijk rijp voor de pluk zijn, heuvelachtige akkers en minuscule dorpjes waarvan alleen maar het kerktorentje te zien is.
Terwijl de boot langzaam verder het kanaal afzakt rijdt er langs de waterkant een scootertje op dezelfde snelheid als de boot mee. Het is de sluiswachter die na het sluizen van de boten mee naar de volgende sluis snort. Het zijn studenten die in hun vrije tijd of vakantie wat bijverdienen.
Iedere student heeft twee sluizen onder zijn hoede waar tussen wordt gependeld.
Er wordt met heftige gebaren aangegeven hoever de boot in de sluis gemanoeuvreerd moet worden om de andere boot er bij te laten. Terwijl twee mensen de boot op de kant in toom houden met dikke zware touwen zorgen de andere twee op de boot ervoor dat de boten elkaar in de sluis niet hard raken maar ook niet te hard tegen de kant aanbotsen. Het is een gevoelsspel en een samenwerking dat je niet met iedereen kan doen. Sterke armen, stoere vrouwen, onvermoeibare stuurmannen en hittebestendigheid!
Een duik in het water wordt trouwens erg afgeraden in het Canal du Midi. De boten lozen er hun septic tanks..
Na elke sluis is het dus beter uit te blazen en te genieten van een koud glas water. Op naar de volgende sluis die redelijk snel achter elkaar volgen.


Het grote rustpunt van de dag waar we tegen aan varen is het haventje van de Romeinse stad Bram.
Bram (in het Latijns Eburamagus) lag op één van de meest belangrijke Aquitaine doorgangsroutes tussen Toulouse en Carcassonne. Na dertig jaar opgravingen kwamen hier amforen, objecten uit het dagelijkse leven en grafstukken aan de oppervlakte.
De stad is in cirkels om de Gotische kerk gebouwd en straalt een bepaalde veiligheid uit.
Op de kade staat één van de oude en robuuste herbergen van het Canal du Midi die een directe toegang tot de aangemeerde boten geeft. Het huis draagt zijn naam met eer; L’eau Berge.
Op het terras dat over de hele breedte van het huis loopt, staan tafeltjes opgedekt voor de lunch en in de deuringang van het restaurant ligt een enorme grote en lui uitziende hond.
Zijn bazin is echter het tegenovergestelde en het wordt al weer snel duidelijk dat de Franse gastvrijheid toch verkeerd wordt ingeschat door wij Nederlanders!
Ondanks de warmte en de vermoeidheid door de vele inspanningen en indrukken van de dag is er geen echte reden om geen wijn te drinken. We worden met open armen ontvangen en doen ons het voorgeschotelde diner, dat is bereid door de Engelse en gyspy-achtige kokkin Jeany, goed smaken.

 


Die tweede nacht is het smalle bed een welkome plek om te rusten maar door de hitte verkassen we met matrassen en lakens naar het dek. In de stille nacht is het genieten van een laatste glaasje wijn, de opkomende nachtelijke koelte en de geluiden van de natuur.

Het is een rare en misschien ongeloofwaardige ervaring voor diegenen die niet gewend zijn om te varen of langer op een boot te bivakkeren; op het vaste land heb je het eerste uur last van zeebenen en dat is even wennen. Na een klein ontbijt maar met het vooruitzicht op een stevige lunch in de dorps brasserie van Bram gaan we met de fiets op pad naar de markt.
Opvallend hier zijn niet alleen de kleuren en geuren maar vooral de geluiden. Weinig geschreeuw maar meer een soort geroezemoes van stemmen. Er wordt in groepjes gepraat, gedebatteerd bijna, een soort bijeenkomst van woorden en wederzijds begrip. Jong en oud, kinderen, honden en een enkele toerist. Oude mensen met in hun trillende handen een mand met groenten of een ‘bouquet de fleurs’, een jong meisje bijtend in een appel, en een jonge priester die met een ingetogen maar stoute blik een stokbrood onder zijn arm meesjouwt. Een markt met een uitstraling als geen andere. In de straten achter de kerk staan de ‘marchands d’antiquité’, de ‘bouquinistes’ en de ‘fleuristes’. In een hoekje worden stilletjes konijnen verkocht die in hun hokje trillend wachten op hun laatste baasje…
Na een overdadige lunch in de brasserie wacht de boot ons op en worden we door Florence, de eigenaresse, uitgezwaaid. Het is tijd om het eerste deel van de terugreis af te gaan leggen want de sluizen sluiten tussen 18h00 tot 9h00.
In de kajuit staat een mand vol met proviand met een kaartje erbij ‘Bon voyage et bonne écluse…Flo’.
Na een rustige terugvaart die sneller gaat door de verbeterde behendigheid van het schutten, varen we terug naar de haven van Castelnaudary.
De laatste avond eindigt als de eerste; met een glas wijn en een laatste beetje kaarslicht komen we tot de conclusie dat varen op open water vakantie is en varen op het Canal du Midi werken.Vergis je niet in het traject dat je wilt afleggen en de tijd die je er voor wilt nemen. Het gaat vooral om de inspanning die je er per dag in wilt stoppen die dat bepaalt.
Die avond slepen we voor de laatste keer de matrassen op het dek en blijven wakker tot de zon langzaam weer zijn ochtendschijnsel over ‘Le Grand Bassin’ van Castelnaudary laat schitteren. Het wordt weer een warme dag.
 

Lise Goeman Borgesius